Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
actuar
01
spelen
representar un papel en una obra, película o espectáculo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
actúo
3e persoon enkelvoud
actúa
onvoltooid deelwoord
actuando
onvoltooid verleden tijd
actué
voltooid deelwoord
actuado
Voorbeelden
Actuar en televisión requiere mucha disciplina.
Spelen op televisie vereist veel discipline.
02
zich gedragen
comportarse de cierta manera en una situación
Voorbeelden
Ella no sabe cómo actuar en público.
Ze weet niet hoe ze zich in het openbaar moet gedragen.
03
handelen
realizar una acción o intervenir en una situación para obtener un resultado
Voorbeelden
Actuamos para ayudar a las víctimas de la tormenta.
Handelen om de slachtoffers van de storm te helpen.



























