acudir
Pronunciation
/ˌakuðˈiɾ/

Definitie en betekenis van "acudir"in het Spaans

acudir
[past form: acudí][present form: acudo]
01

gaan, zich begeven

ir a un lugar, especialmente para recibir ayuda o participar en algo
acudir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
acudo
3e persoon enkelvoud
acude
onvoltooid deelwoord
acudiendo
onvoltooid verleden tijd
acudí
voltooid deelwoord
acudido
Voorbeelden
Tengo que acudir a la reunión mañana.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store