zapear
Pronunciation
/θˌapeˈaɾ/

Definitie en betekenis van "zapear"in het Spaans

zapear
01

zappen

cambiar rápidamente de un canal de televisión a otro usando el control remoto
zapear definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
zapeo
3e persoon enkelvoud
zapea
onvoltooid deelwoord
zapeando
onvoltooid verleden tijd
zapeé
voltooid deelwoord
zapeado
Voorbeelden
Él estaba zapeando antes de decidir qué ver.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store