Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
habitar
01
wonen, verblijven
vivir en un lugar o residencia
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
habito
3e persoon enkelvoud
habita
onvoltooid deelwoord
habitando
onvoltooid verleden tijd
habité
voltooid deelwoord
habitado
Voorbeelden
No todos los animales habitan en el agua.



























