habitar
Pronunciation
/ˌaβitˈaɾ/

Definitie en betekenis van "habitar"in het Spaans

habitar
01

wonen, verblijven

vivir en un lugar o residencia
habitar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
habito
3e persoon enkelvoud
habita
onvoltooid deelwoord
habitando
onvoltooid verleden tijd
habité
voltooid deelwoord
habitado
Voorbeelden
No todos los animales habitan en el agua.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store