Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
citar
01
een afspraak maken, een ontmoeting regelen
acordar verse o reunirse con otra persona en un lugar y momento determinados
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
cito
3e persoon enkelvoud
cita
onvoltooid deelwoord
citando
onvoltooid verleden tijd
me cité
voltooid deelwoord
citado
Voorbeelden
Los dos se citaron en secreto.
De twee spraken heimelijk af.



























