Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pegar
[past form: pegué][present form: pego]
01
slaan, meppen
golpear a alguien o algo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
pego
3e persoon enkelvoud
pega
onvoltooid deelwoord
pegando
onvoltooid verleden tijd
pegué
voltooid deelwoord
pegado
Voorbeelden
Me pegó sin razón.
Hij sloeg me zonder reden.
02
passen, matchen
combinar bien con algo en estilo, color o forma
Voorbeelden
El cuadro no pega con el estilo del salón.
Het schilderij past niet bij de stijl van de woonkamer.
03
plakken
unir una cosa a otra con pegamento u otro adhesivo
Voorbeelden
¿ Puedes pegar esta etiqueta aquí?
Plakken dit etiket hier?
04
plakken
insertar texto, imágenes u otros elementos copiados previamente en un documento o aplicación
Voorbeelden
Selecciona el texto y pulsa Ctrl+V para pegarlo.
Selecteer de tekst en druk op Ctrl+V om het te plakken.



























