Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
agachar
[past form: me agaché][present form: me agacho]
01
zich bukken, hurken
bajarse doblando el cuerpo hacia abajo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
agacho
3e persoon enkelvoud
agacha
onvoltooid deelwoord
agachando
onvoltooid verleden tijd
me agaché
voltooid deelwoord
agachado
Voorbeelden
¿ Por qué te agachas tanto?
Waarom buk je zo veel?



























