Zoeken
instalar
[past form: instalé][present form: instalo]
01
installeren, plaatsen
colocar o montar un aparato, sistema o programa para que funcione correctamente
Voorbeelden
La empresa instaló cámaras de seguridad en todo el edificio.
Het bedrijf heeft beveiligingscamera's in het hele gebouw geïnstalleerd.
02
zich vestigen
establecerse o acomodarse en un lugar nuevo para vivir o trabajar
Voorbeelden
Mis amigos se instalaron en Madrid el año pasado.
Mijn vrienden zijn vorig jaar in Madrid gaan wonen.



























