Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
nadar
[past form: nadé][present form: nado]
01
zwemmen
moverse en el agua usando los brazos y las piernas para mantenerse a flote y avanzar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
nado
3e persoon enkelvoud
nada
onvoltooid deelwoord
nadando
onvoltooid verleden tijd
nadé
voltooid deelwoord
nadado
Voorbeelden
¿ Sabes nadar en el mar?
Weet je hoe je in de zee moet zwemmen ?



























