servir
ser
seɾ
ser
vir
ˈβiɾ
bir
gruñirasumirsentirsurgir

Definitie en betekenis van "servir"in het Spaans

servir
01

opdienen

poner la comida o bebida para que alguien la consuma 
servir definition and meaning
Voorbeelden
Voy a servir la cena ahora. 

Ik ga nu het avondeten serveren.

02

dienen

tener la función o utilidad para algo 
servir definition and meaning
Voorbeelden
¿Para qué sirve esta herramienta? 

Waar dient dit gereedschap voor ?

03

serveren, de service uitvoeren

poner la pelota en juego lanzándola al aire y golpeándola 
servir definition and meaning
Voorbeelden
Le toca servir en este juego. 

In dit spel is serveren aan hem.

04

dienen

atender a alguien proporcionando lo que necesita o solicita 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
sirvo
3e persoon enkelvoud
sirve
onvoltooid deelwoord
sirviendo
onvoltooid verleden tijd
sirvió
voltooid deelwoord
servido
Voorbeelden
Esta compañía sirve a clientes de todo el mundo. 

Dit bedrijf bedient klanten van over de hele wereld.

05

dienen als

cumplir un propósito o desempeñar un papel específico 
Voorbeelden
Esta sala sirve como oficina temporal. 

Deze kamer dient als tijdelijk kantoor.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store