crecer
cre
kɾe
kre
cer
ˈθeɾ
ther
creercarecer

Definitie en betekenis van "crecer"in het Spaans

crecer
01

groeien, zich ontwikkelen

aumentar de tamaño o desarrollarse 
crecer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
crezco
3e persoon enkelvoud
crece
onvoltooid deelwoord
creciendo
onvoltooid verleden tijd
crecí
voltooid deelwoord
crecido
Voorbeelden
Mi hijo ha crecido mucho este año. 

Mijn zoon is dit jaar veel gegroeid.

02

toenemen

hacerse más grande o numeroso en cantidad, intensidad o influencia 
crecer definition and meaning
Voorbeelden
La población de la ciudad sigue creciendo. 

De bevolking van de stad blijft groeien.

03

opgroeien

desarrollarse física o mentalmente con el paso del tiempo 
Voorbeelden
Crecí en una ciudad pequeña. 

Ik ben opgegroeid in een kleine stad.

04

groeien

aumentar en tiempo, duración o extensión 
Voorbeelden
Los días crecen en primavera. 

De dagen groeien in de lente.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store