Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
gemaakt
algo que ya está preparado o completado
Voorbeelden
Está hecho a mano.
Het is met de hand gemaakt.
02
gekookt, klaar
cocinado completamente y listo para comer
Voorbeelden
Si el pan suena hueco al golpearlo, es que está hecho.
Als het brood hol klinkt als je erop tikt, betekent dit dat het gaar is.
El hecho
[gender: masculine]
01
feit
algo que es cierto o real; un acontecimiento
Voorbeelden
El hecho de que estés aquí me alegra.
Het feit dat je hier bent maakt me blij.



























