venir
ve
be
be
nir
ˈniɾ
nir
morirfreírrugirtapir

Definitie en betekenis van "venir"in het Spaans

01

komen

moverse desde otro lugar hacia el lugar donde está el hablante 
venir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
vengo
3e persoon enkelvoud
viene
onvoltooid deelwoord
viniendo
onvoltooid verleden tijd
vine
voltooid deelwoord
venido
Voorbeelden
Voy a venir a tu casa mañana. 

Ik ga morgen naar je huis komen.

02

komen

tener origen o provenir de un lugar determinado 
venir definition and meaning
Voorbeelden
Yo vengo de México. 

Ik kom uit Mexico.

03

komen

llegar o aparecer en un momento o lugar 
Voorbeelden
El invierno viene pronto. 

De winter komt snel.

04

inbegrepen zijn, beschikbaar zijn met

encontrarse incluido o disponible con algo 
Voorbeelden
El teléfono viene con una funda. 

De telefoon wordt geleverd met een hoesje.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store