venir
Pronunciation
/benˈiɾ/

Definitie en betekenis van "venir"in het Spaans

venir
[past form: vine][present form: vengo]
01

komen

moverse desde otro lugar hacia el lugar donde está el hablante
venir definition and meaning
example
Voorbeelden
Siempre viene a ayudarme.
Hij komt altijd om me te helpen.
02

komen

tener origen o provenir de un lugar determinado
venir definition and meaning
example
Voorbeelden
Él viene de una ciudad pequeña.
Hij komt uit een kleine stad.
03

komen

llegar o aparecer en un momento o lugar
example
Voorbeelden
La calma vino tras la tormenta.
De kalmte kwam na de storm.
04

inbegrepen zijn, beschikbaar zijn met

encontrarse incluido o disponible con algo
example
Voorbeelden
El producto viene en diferentes tamaños.
Het product is verkrijgbaar in verschillende maten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store