usar
Pronunciation
/usˈaɾ/

Definitie en betekenis van "usar"in het Spaans

01

gebruiken

emplear algo para un fin o propósito
usar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
uso
3e persoon enkelvoud
usa
onvoltooid deelwoord
usando
onvoltooid verleden tijd
usé
voltooid deelwoord
usado
Voorbeelden
¿ Puedo usar tu teléfono?
Mag ik je telefoon gebruiken?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store