vencer
ven
ˈben
ben
cer
θeɾ
ther
vender

Definitie en betekenis van "vencer"in het Spaans

vencer
01

verslaan

ganar o superar a alguien en una competencia, conflicto o desafío 
vencer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
venzo
3e persoon enkelvoud
vence
onvoltooid deelwoord
venciendo
onvoltooid verleden tijd
vencí
voltooid deelwoord
vencido
Voorbeelden
El equipo local venció en el último minuto del partido. 

Het lokale team versloeg in de laatste minuut van de wedstrijd.

02

verlopen

llegar al final del período de validez de algo 
vencer definition and meaning
Voorbeelden
El contrato vence el próximo mes. 

Het contract verloopt volgende maand.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store