Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El titular
01
titel, kop
frase principal que resume una noticia en un periódico o revista
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
titulares
Voorbeelden
El titular resume bien la noticia principal.
De kop vat het belangrijkste nieuws goed samen.
titular
01
afstuderen, een diploma behalen
obtener un título académico o completar estudios superiores
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
titulo
3e persoon enkelvoud
titula
onvoltooid deelwoord
titulando
onvoltooid verleden tijd
tituló
voltooid deelwoord
titulado
Voorbeelden
Muchos estudiantes se titularon después de cinco años.
Titular betekent een academische titel behalen of hoger onderwijs voltooien. Veel studenten studeerden af na vijf jaar.
02
getiteld zijn, heten
llevar un nombre o título determinado
Voorbeelden
El nuevo álbum se titula ' Horizontes'.
Het nieuwe album heet 'Horizontes'.



























