Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El alarma
01
alarm, waarschuwingsapparaat
dispositivo que emite un sonido fuerte para avisar de un peligro o emergencia
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
alarmas
Voorbeelden
La alarma sonó durante la noche por un incendio.
Het alarm ging 's nachts af vanwege een brand.
02
alarm, bezorgdheid
sensación de miedo, preocupación o inquietud
Voorbeelden
La noticia causó gran alarma entre los vecinos.
Het nieuws veroorzaakte grote onrust onder de buren.



























