Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
soler
[past form: solí][present form: suelo]
01
gewend zijn, de gewoonte hebben
tener costumbre o hábito de hacer algo con frecuencia
Voorbeelden
¿ Sueles ir al gimnasio?
Ga je meestal naar de sportschool ?
Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gewend zijn, de gewoonte hebben