Zoeken
aprobar
[past form: aprobé][present form: apruebo]
01
slagen
tener éxito en un examen
Voorbeelden
¿ Aprobaste el examen de historia?
Ben je geslaagd voor het geschiedenisexamen ?
02
goedkeuren
aceptar o dar por bueno algo, especialmente una decisión, plan o propuesta
Voorbeelden
Necesitamos que aprueben nuestro informe.
We hebben nodig dat ze ons rapport goedkeuren.
03
goedkeuren, aannemen
aceptar oficialmente una ley, medida o propuesta mediante votación o decisión formal
Voorbeelden
El gobierno aprobó la medida de emergencia.
De regering heeft de noodmaatregel goedgekeurd.



























