Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
aumentar
01
verhogen
hacer que algo sea mayor en cantidad, tamaño o intensidad
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
aumento
3e persoon enkelvoud
aumenta
onvoltooid deelwoord
aumentando
onvoltooid verleden tijd
aumenté
voltooid deelwoord
aumentado
Voorbeelden
El ejercicio regular puede aumentar tu energía.
Regelmatige lichaamsbeweging kan uw energie verhogen.
1.1
verhogen
crecer en cantidad, tamaño o intensidad
Intransitive
Voorbeelden
El nivel del agua aumenta con las lluvias.
Het waterpeil stijgt met de regen.



























