Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La lista
01
lijst, opsomming
conjunto ordenado de elementos escritos uno debajo de otro
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
listas
Voorbeelden
¿ Tienes la lista de invitados para la fiesta?
Heb je de lijst van gasten voor het feest?
02
register, lijst
un registro oficial de los estudiantes en una clase
Voorbeelden
La lista se envía a la secretaría cada semana.
De lijst wordt elke week naar het secretariaat gestuurd.



























