Zoeken
apetecer
[past form: apetecí][present form: apetezco]
01
zin hebben in, verlangen naar
tener deseo o gusto por algo, generalmente comida, bebida o actividad
Voorbeelden
Me apetecen chocolates después de comer.
Zin hebben in chocolade na het eten.
02
zin hebben in, lust hebben
tener ganas o disposición de hacer algo
Voorbeelden
¿ Te apetece ir al cine esta noche?
Heb je zin om vanavond naar de bioscoop te gaan ?



























