Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ordenar
[past form: ordené][present form: ordeno]
01
opruimen, ordenen
poner algo en orden o en una disposición adecuada
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
ordeno
3e persoon enkelvoud
ordena
onvoltooid deelwoord
ordenando
onvoltooid verleden tijd
ordené
voltooid deelwoord
ordenado
Voorbeelden
Ordenamos los papeles en carpetas separadas.
We ordenden de papieren in aparte mappen.



























