Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La casa
[gender: feminine]
01
huis
edificio donde viven personas
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
casas
Voorbeelden
Compramos una casa nueva el año pasado.
We hebben vorig jaar een nieuw huis gekocht.
02
huis, thuis
lugar donde vive alguien o donde se siente cómodo y seguro
Voorbeelden
No hay lugar como el hogar.
Er is geen plek zoals thuis.



























