Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La casa
01
huis
edificio donde viven personas
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
casas
Voorbeelden
Mi casa está cerca del parque.
Mijn huis is dichtbij het park.
02
huis, thuis
lugar donde vive alguien o donde se siente cómodo y seguro
Voorbeelden
Me gusta pasar tiempo en casa.
Ik houd ervan tijd door te brengen in huis.



























