Zoeken
El grado
[gender: masculine]
01
diploma, graad
certificado oficial que se recibe al completar estudios universitarios
Voorbeelden
Para trabajar aquí, necesitas un grado universitario.
Om hier te werken, heb je een universitaire graad nodig.
02
graad, niveau
nivel o medida de algo que se puede contar o medir
Voorbeelden
El ruido alcanza un grado insoportable en la ciudad.
Het lawaai bereikt een ondraaglijk niveau in de stad.
03
graad, niveau
nivel o cercanía en la relación familiar
Voorbeelden
El grado de parentesco define quién puede ser tutor legal.
De graad van verwantschap bepaalt wie een wettelijke voogd kan zijn.



























