Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El niño
01
kind, jongere
persona joven, generalmente hijo o menor de edad
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
niños
Voorbeelden
El niño necesita ayuda con la tarea.
Het kind heeft hulp nodig met het huiswerk.
02
jongen, kind
persona joven, generalmente menor de edad
Voorbeelden
Vi a un niño en el parque.
Ik zag een kind in het park.
03
baby, pasgeborene
bebé o persona muy joven, recién nacido
Voorbeelden
Los niños necesitan mucho cuidado.
Kinderen hebben veel zorg nodig.
04
kind
hijo o hija de alguien, persona joven perteneciente a una familia
Voorbeelden
Los niños de esta familia son muy traviesos.
De kinderen van dit gezin zijn erg ondeugend.



























