Zoeken
La frente
[gender: feminine]
01
voorhoofd
parte de la cara entre los ojos y el cabello
Voorbeelden
Limpió la frente del bebé.
Ze veegde het voorhoofd van de baby schoon.
frente
01
voor
delante de algo o alguien
Voorbeelden
Hay un árbol frente al colegio.
Er staat een boom voor de school.



























