entranteescabechado
van 11
entranteescabechado
entrante[n][adj]

voorgerecht,starter • inkomend,aantredend

entrar[v]

binnengaan

entrar el pánico[v]

in paniek raken,de controle verliezen

entrar sin autorización[v]

zonder toestemming binnengaan,onbevoegd betreden

entre[prep]

tussen

entre bastidores[adv]

achter de schermen,in de coulissen

entre pitos y flautas[phrase]
entrega[n]

levering

entrega a domicilio[n]

bezorging aan huis,bezorgservice

entrega de premios[n]

prijsuitreiking

entregar[v]

bezorgen

entregar en matrimonio[v]

in het huwelijk geven,bij een huwelijksceremonie overdragen

entrelazar[v]

vervlechten,weven

entremés[n]

voorgerecht,hapje

entrenador[n]

trainer,coach

entrenamiento[n]

training

entrenar[v]

trainen

entrepierna[n]

lies,kruis

entresuelo[n]

mezzanine (in een theater)

entretener[v]

vermaaken

entretenido[adj]

onderhoudend,amusant

entretenimiento[n]

vermaak,ontspanning

entretiempo[n]

pauze

entrevista[n]

interview

entrevista de trabajo[n]

sollicitatiegesprek

entrevistador[n]

interviewer

entrevistar[v]

interviewen

entristecer[v]

bedroeven, verdrietig maken

entumecido[adj]

verdoofd,gevoelloos

entumecimiento[n]
entusiasmado[adj]

enthousiast

entusiasmar[v]

enthousiasmeren,opwinden

entusiasmo[n]

enthousiasme

entusiasta[n][adj]

enthousiast • enthousiast

enumerar[v]

opsommen

enunciar[v]

formuleren,uitspreken

envase[n]

verpakking,houder

envejecer[v]

verouderen

envejecimiento[n]

veroudering,veroudering

envenenado[adj]

vergiftigd,vergiftigde

enviado[n]

speciaal correspondent

enviado especial[n]

speciaal verslaggever,bijzondere correspondent

enviar[v]

versturen

enviar mensaje[v]
enviar por correo electrónico[v]

verzenden via e-mail,verzenden via elektronische post

enviar spam[v]

spam versturen

envidia[n]

afgunst

envidiar[v]

benijden

envidioso[adj]

afgunstig

envío[n]

verzending,zending

envolver[v]

inpakken,omwikkelen

enyesar[v]

pleisteren,met gips pleisteren

enzima[n]

enzym

eólico[adj]

windgerelateerd,windaangedreven

epicentro[n]

epicentrum

epidemia[n]

epidemie

epidemiológico[adj]

epidemiologisch

epígrafe[n]

titel,kop

epilepsia[n]

epilepsie

epílogo[n]

epiloog,nawoord

episodio[n]

aflevering,episode

epitafio[n]

epitaaf,grafschrift

época[n]

tijdperk,periode

época de vacas flacas[n]

magere jaren,moeilijke tijden

época de vacas gordas[n]

jaren van overvloed,welvaartsperiode

equidad[n]

billijkheid

equilibrado[adj]

redelijk,evenwichtig

equilibrio[n]

evenwicht,balans

equipaje[n]

bagage

equipaje de mano[n]

handbagage

equipo[n]

team

equipo de música[n]

muzieksysteem,geluidsinstallatie

equipo informático[n]

computeruitrusting,computermateriaal

equitación[n]

paardrijden,rijden

equivocación[n]
equivocado[adj]

verkeerd,onjuist

equivocar[v]

zich vergissen,een fout maken

era[n]

tijdperk

eraza[v]

oprichten,overeind zetten

ergonomía[n]

ergonomie

erguido[adj]
erizo[n]

egel

ermita[n]

kluis,kapel

ermitaño[n]

heremietkreeft,kluizenaarskrab

erosión[n]

erosie

erosionar[v]

eroderen,uitslijten

erradicación[n]

uitroeiing

erradicar[v]

uitroeien

errata[n]

drukfout,zetfout

error[n]

fout

erudición[n]

eruditie

erupción[n]

uitslag

erupción volcánica[n]
es de[phrase]
esa[pron][det]

die

esas[pron][det]

die,die daar • die

esbelto[adj]

slank,sierlijk

esbozar[v]

schetsen,ontwerpen

esbozo[n]
escabechado[adj]

gemarineerd,in azijn ingelegd

LanGeek
Download de App