despidodialecto
van 9
despidodialecto
despido[n]

ontslag,ontheffing

despido procedente[n]

rechtmatig ontslag,gerechtvaardigd ontslag

despilfarrar[v]

verspillen,verkwisten

despilfarro[n]

verspilling,verkwisting

despiste[adj]

verstrooid,onoplettend

desplazado[adj][n]
desplazamiento[n]

verplaatsing,overplaatsing

desplazar[v]

verplaatsen,zich verplaatsen

desplomar[v]

verplaatsen,omverwerpen

despojado[adj]

eenzaam,verlaten

despojar[v]

beroven

despojo[n]

plundering

déspota[n]

despoot,tiran

despotricar[v]

woedend tekeergaan

despreciable[adj]

onbeduidend,verwaarloosbaar

despreciar[v]

verachten,minachten

desprecio[n]

minachting,verachting

despreocupado[adj]

zorgeloos,onbezorgd

después[adv][prep]

later • na

después de[prep]

na

después de que[conj]

nadat

desquiciado[adj]

ongesteld,gestoord

destacable[adj]

opmerkelijk,opvallend

destacado[adj]

uitstekend, prominent

destacar[v]

benadrukken,uitlichten

desterrar[v]

verbannen,verjagen

destierro[n]

ballingschap,verbanning

destinatario[n]

ontvanger,geadresseerde

destino[n]

bestemming,doel

destitución[n]

ontslag,afzetting

destornillador[n]

schroevendraaier,schroevendraaier

destreza[n]

vaardigheid,handigheid

destripar[v]

ontweiden,uitbenen

destrozado[adj]

vernield,verbrijzeld

destrozar[v]

vandaleren

destrucción[n]

vernietiging

destruir[v]

vernietigen,verwoesten

desvainar[v]

ontdoppen,pellen

desván[n]

zolder,vliering

desvanecimiento[n]

flauwvallen,bewustzijnsverlies

desvelar[v]

onthullen,openbaren

desventaja[n]

nadeel

desvergüenza[n]
desvío[n]

omleiding,afwijking

detallista[adj]

nauwkeurig,precies

detección[n]

detectie

detective[n]

detective,onderzoeker

detective privado[n]

privédetective,particulier onderzoeker

detector de humo[n]

rookmelder

detector de mentiras[n]

leugendetector,polygraaf

detector de metales[n]

metaaldetector,metaalopsporingsapparaat

detención[n]

detentie,aanhouding

detener[v]

stoppen,ophouden

detenido[adj][n]

aangehouden,vastgehouden • gedetineerde,gearresteerde

detergente[n]

wasmiddel

deteriorado[adj]

verslechterd,beschadigd

deteriorar[v]

verslechteren,beschadigen

deterioro[n]

verslechtering

determinación[n]

vastberadenheid,beslissing

determinados[det]

bepaalde

detestable[adj]

verafschuwelijk

detestar[v]

verafschuwen

detonador[n]

detonator

detrás[adv]

achter

detrás de[prep]

achter,aan de achterkant van

deuda[n]

schuld,verplichting

deuda soberana[n]

overheidsschuld,staatschuld

deudor[n]

schuldenaar,debiteur

devastador[adj]

verwoestend

devastar[v]

verwoesten,vernietigen

devoción[n]

toewijding

devolución[n]

teruggave, terugbetaling

devolver[v]

teruggeven

devolver la pelota[phrase]
devorar[v]

verslinden

día[n]

dag

día de acción de gracias[n]

Dankzegging,Thanksgiving

día de asuntos propios[n]

persoonlijke dag,dag voor persoonlijke zaken

día de campo[n]

schoolfeest in de buitenlucht,dag van buitenspellen

día de fiesta[n]

feestdag,vrije dag

dia de la independencia[n]

Onafhankelijkheidsdag,Feest van de Onafhankelijkheid

día de la madre[n]

Moederdag

día de los enamorados[n]

Dag van de Geliefden

día de los inocentes[n]

Onnozele Kinderendag,Onnozele Kinderendag (vergelijkbaar met 1 april)

día de los muertos[n]

Dag van de Doden

día de reyes[n]

Driekoningen,Openbaring van de Heer

día de todos los santos[n]

Allerheiligen,Feest van alle heiligen

día del espectador[n]

toeschouwerdag

día del padre[n]

Vaderdag,Dag van de Vaders

día feriado[n]

feestdag,vrije dag

día laborable[n]

werkdag,arbeidsdag

día personal[n]

persoonlijke dag,dag persoonlijk verlof

día por enfermedad[n]

ziektedag,ziekteverlofdag

diabetes[n]

diabetes

diadema[n]

diadeem

diafragma[n]

middenrif,ademhalingsspier

diagnosticar[v]

diagnosticeren

diagnóstico[n]

diagnose,identificatie

diagonal[n]

diagonaal

dialecto[n]

dialect,streektaal

LanGeek
Download de App