to injure
in
ˈɪn
in
jure
ʤə
inureinsure

Definitie en betekenis van "injure"in het Engels

to injure
01

verwonden, beschadigen

to physically cause harm to a person or thing 
Transitive: to injure a person or a body part
to injure definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
injure
3e persoon enkelvoud
injures
onvoltooid deelwoord
injuring
onvoltooid verleden tijd
injured
voltooid deelwoord
injured
Voorbeelden
A misstep on the stairs could injure your leg. 

Een misstap op de trap kan uw been blesseren.

02

verwonden, beschadigen

to cause harm or damage to something 
Transitive: to injure sth
Voorbeelden
She injured her chances by arriving late to the interview. 

Ze schaadde haar kansen door te laat op het sollicitatiegesprek te komen.

03

kwetsen, beledigen

to hurt someone's feelings or pride, causing emotional pain 
Transitive: to injure someone's feelings
Voorbeelden
His harsh words injured her pride deeply. 

Zijn harde woorden kwetsten haar trots diep.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store