Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to incur
01
oplopen, ondergaan
to face consequences as a result of one's own actions
Transitive: to incur a consequence
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
incur
3e persoon enkelvoud
incurs
onvoltooid deelwoord
incurring
onvoltooid verleden tijd
incurred
voltooid deelwoord
incurred
Voorbeelden
Failure to pay bills on time may incur additional fees and penalties.
Het niet tijdig betalen van rekeningen kan extra kosten en boetes met zich meebrengen.
02
oplopen, ondergaan
to have to pay for something
Transitive: to incur an expense
Voorbeelden
Businesses often incur expenses for office supplies and equipment necessary for daily operations.
Bedrijven lopen vaak kosten op voor kantoorbenodigdheden en apparatuur die nodig zijn voor de dagelijkse werkzaamheden.
Lexicale Boom
incurrence
incurring
incursion
incur



























