Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
honing, bijenhoning
a sweet, sticky, thick liquid produced by bees that is yellow or brown and we can eat as food
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
honeys
Voorbeelden
He enjoys a spoonful of honey before bed to help calm his cough and promote a good night's sleep.
Hij geniet van een lepel honing voor het slapengaan om zijn hoest te kalmeren en een goede nachtrust te bevorderen.
honey
01
schat, liefje
used to address a person that one loves, particularly one's child, husband, wife, etc.
Voorbeelden
I'll be home soon, honey.
Ik ben snel thuis, schat.
to honey
01
zoeten met honing, honing toevoegen om te zoeten
sweeten with honey
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
honey
3e persoon enkelvoud
honeys
onvoltooid deelwoord
honeying
onvoltooid verleden tijd
honeyed
voltooid deelwoord
honeyed
01
honingkleurig, honingkleur
of something having the color of honey
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most honey
vergrotende trap
more honey
gradueerbaar



























