honey
honey
'hʌni
hani
honkeyhonkyhokeyholey

Definitie en betekenis van "honey"in het Engels

01

honing, bijenhoning

a sweet, sticky, thick liquid produced by bees that is yellow or brown and we can eat as food 
honey definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
honeys
Voorbeelden
He enjoys a spoonful of honey before bed to help calm his cough and promote a good night's sleep. 

Hij geniet van een lepel honing voor het slapengaan om zijn hoest te kalmeren en een goede nachtrust te bevorderen.

02

schat, honing

an attractive young woman 
informeel
Voorbeelden
That new waitress is a real honey—everyone in the diner's talking about her. 

Die nieuwe serveerster is een echte schat—iedereen in het restaurant heeft het over haar.

01

schat, liefje

used to address a person that one loves, particularly one's child, husband, wife, etc. 
honey definition and meaning
Voorbeelden
I'll be home soon, honey. 

Ik ben snel thuis, schat.

to honey
01

zoeten met honing, honing toevoegen om te zoeten

sweeten with honey 
to honey definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
honey
3e persoon enkelvoud
honeys
onvoltooid deelwoord
honeying
onvoltooid verleden tijd
honeyed
voltooid deelwoord
honeyed
01

honingkleurig, honingkleur

of something having the color of honey 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most honey
vergrotende trap
more honey
gradueerbaar
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store