Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to hone
01
aanscherpen, verfijnen
to perfect or improve something, such as a skill or ability
Transitive: to hone a skill or quality
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
hone
3e persoon enkelvoud
hones
onvoltooid deelwoord
honing
onvoltooid verleden tijd
honed
voltooid deelwoord
honed
Voorbeelden
The chef used different spices to hone the flavor of the dish to perfection.
De chef gebruikte verschillende kruiden om de smaak van het gerecht tot in de perfectie te verfijnen.
02
slijpen, scherpen
to sharpen a blade or edge using a tool specifically designed for sharpening
Transitive: to hone a blade or edge
Voorbeelden
The bladesmith carefully hones the sword to ensure its cutting edge is razor-sharp.
De zwaardsmid slijpt het zwaard zorgvuldig om ervoor te zorgen dat de snijkant vlijmscherp is.
01
fijnkorrelige wetsteen, wetsteen
a fine-grained whetstone used for sharpening cutting tools
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
hones
Voorbeelden
The chef ran the knife across the hone before preparing the meal.
De kok haalde het mes over de slijpsteen voordat hij de maaltijd bereidde.



























