hate
hate
heɪt
heit
/heɪt/

Definitie en betekenis van "hate"in het Engels

to hate
01

haten, verafschuwen

to really not like something or someone
Transitive: to hate sb/sth
to hate definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
hate
3e persoon enkelvoud
hates
onvoltooid deelwoord
hating
onvoltooid verleden tijd
hated
voltooid deelwoord
hated
Voorbeelden
I hate spicy food because it burns my mouth.
Ik haat pittig eten omdat het mijn mond verbrandt.
01

haat, afkeer

strong dislike for someone or something
hate definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
hates
Voorbeelden
Emily 's hate for injustice fueled her passion for advocating for marginalized communities.
Emily's haat voor onrecht voedde haar passie voor het opkomen voor gemarginaliseerde gemeenschappen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store