to hate
hate
heɪt
heit
hasteharte

Definitie en betekenis van "hate"in het Engels

to hate
01

haten, verafschuwen

to really not like something or someone 
Transitive: to hate sb/sth
to hate definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
hate
3e persoon enkelvoud
hates
onvoltooid deelwoord
hating
onvoltooid verleden tijd
hated
voltooid deelwoord
hated
Voorbeelden
Can you please stop making that noise? I hate it. 

Kunt u alsjeblieft ophouden met dat geluid te maken? Ik haat het.

01

haat, afkeer

strong dislike for someone or something 
hate definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
hates
Voorbeelden
Sarah couldn't hide her hate for the bitter cold weather, longing for warmer days to come. 

Sarah kon haar haat voor het bittere koude weer niet verbergen en verlangde naar warmere dagen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store