to harry
ha
ˈhæ
rry
ri
ri
harpyhardyhurryhairy

Definitie en betekenis van "harry"in het Engels

to harry
01

lastigvallen, plagen

to continually annoy someone 
Transitive: to harry sb
to harry definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
harry
3e persoon enkelvoud
harries
onvoltooid deelwoord
harrying
onvoltooid verleden tijd
harried
voltooid deelwoord
harried
Voorbeelden
The persistent telemarketer continued to harry the homeowner with calls. 

De vasthoudende telemarketeer bleef de huiseigenaar lastigvallen met oproepen.

02

treiteren, kwellen

to repeatedly attack, harass, or disturb an enemy or their territory 
Transitive: to harry an enemy territory
Voorbeelden
The army harried the enemy’s defenses for weeks, slowly wearing them down. 

Het leger plaagde de verdediging van de vijand wekenlang, waardoor deze langzaam verzwakte.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store