Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The guy next to me in the plane was a great conversationalist.
De man naast me in het vliegtuig was een geweldige gesprekspartner.
1.1
type, mannetje
an animal, usually a male
Voorbeelden
I adopted a new puppy, and he 's a lively little guy.
Ik heb een nieuwe puppy geadopteerd, en hij is een levendige kleine kerel.
02
een effige van Guy Fawkes die op een vreugdevuur wordt verbrand op Guy Fawkes-dag, een pop die Guy Fawkes vertegenwoordigt en wordt verbrand tijdens de viering van Guy Fawkes Night
an effigy of Guy Fawkes that is burned on a bonfire on Guy Fawkes Day
03
stag, ondersteuningskabel
a cable, wire, or rope used to support and stabilize something
Voorbeelden
The construction team installed guy cables to ensure the scaffolding remained upright and safe for the workers.
Het bouwteam installeerde stabilisatiedraden om ervoor te zorgen dat de steiger rechtop en veilig bleef voor de werknemers.
04
mensen, jongens
any individual regardless of their gender, often used in plural
Voorbeelden
Guys, let's meet at the park for a game of soccer.
Jongens, laten we afspreken in het park voor een voetbalwedstrijd.
to guy
01
ondersteunen met een kabel, stabiliseren met een staalkabel
steady or support with a guy wire or cable
02
bespotten, belachelijk maken
subject to laughter or ridicule



























