Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
anti, tegen
opposed to or against a particular action, proposal, policy, or idea
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
She wore an anti badge at the protest.
Ze droeg een anti-badge op het protest.
01
tegenstander, tegenstrever
a person who opposes a specific action, policy, practice, or idea
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
antis
Voorbeelden
He became an anti of the proposed highway expansion.
Hij werd een anti van de voorgestelde uitbreiding van de snelweg.
anti
01
anti
used to convey that one is against something
grammaticale informatie
Voorbeelden
His anti-smoking campaign aimed to raise awareness about the health risks associated with tobacco use.
Zijn anti-rookcampagne was bedoeld om bewustzijn te creëren over de gezondheidsrisico's die gepaard gaan met tabaksgebruik.



























