Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
geit, bok
an animal with horns and a coat of hair that lives wild in the mountains or is kept on farms for its milk or meat
Voorbeelden
The children were excited to see the goat at the petting zoo, eagerly feeding it fresh grass.
De kinderen waren opgewonden om de geit in de knuffelboerderij te zien, en voerden hem gretig vers gras.
02
zondebok, slachtoffer van grappen
a victim of ridicule or pranks
01
de grootste aller tijden, de beste aller tijden
used to describe someone exceptionally talented or accomplished
Voorbeelden
She's the Goat when it comes to baking.
Ze is de GOAT als het gaat om bakken.



























