Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to go home
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
home
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go home
3e persoon enkelvoud
goes home
onvoltooid deelwoord
going home
onvoltooid verleden tijd
went home
voltooid deelwoord
gone home
Voorbeelden
I'm tired and just want to go home.
Ik ben moe en wil gewoon naar huis gaan.



























