to gnaw
gnaw
nɔ:
naw
thawcrawclawchaw

Definitie en betekenis van "gnaw"in het Engels

to gnaw
01

knagen, kauwen

to chew on something persistently 
Transitive: to gnaw at sth | to gnaw on sth
to gnaw definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
gnaw
3e persoon enkelvoud
gnaws
onvoltooid deelwoord
gnawing
onvoltooid verleden tijd
gnawed
voltooid deelwoord
gnawed
Voorbeelden
The puppy likes to gnaw on chew toys to soothe its teething discomfort. 

De puppy houdt ervan om op kauwspeeltjes te knagen om zijn tandongemak te verzachten.

02

knagen, langzaam slijten

to slowly wear away or damage something over time 
Transitive: to gnaw at sth
Voorbeelden
The rust gnawed at the edges of the metal, weakening it. 

Het roest knaagde aan de randen van het metaal, waardoor het verzwakte.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store