gnash
gnash
næʃ
nāsh
/nˈæʃ/

Definitie en betekenis van "gnash"in het Engels

to gnash
01

knarsen, klemmen

to press or grind your teeth together to show pain or anger
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
gnash
3e persoon enkelvoud
gnashes
onvoltooid deelwoord
gnashing
onvoltooid verleden tijd
gnashed
voltooid deelwoord
gnashed
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store