Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to antagonize
01
antagoniseren, provoceren
to provoke and anger someone so much that they start to hate and oppose one
Transitive: to antagonize sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
antagonize
3e persoon enkelvoud
antagonizes
onvoltooid deelwoord
antagonizing
onvoltooid verleden tijd
antagonized
voltooid deelwoord
antagonized
Voorbeelden
His constant criticism of her work antagonized her to the point of seeking employment elsewhere.
Zijn constante kritiek op haar werk antagoniseerde haar tot het punt waarop ze elders werk zocht.
02
antagoniseren, tegenwerken
(of a substance) to oppose or counteract the action of another substance
Transitive: to antagonize a substance or its effect
Voorbeelden
The medication antagonized the effects of the painkiller, making it less effective.
Het medicijn antagoniseerde de effecten van de pijnstiller, waardoor het minder effectief werd.



























