Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to get about
[phrase form: get]
01
zich verplaatsen, reizen
to move or travel from one place to another
Dialect
British
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
about
basiswerkwoord
get
tegenwoordige tijd
get about
3e persoon enkelvoud
gets about
onvoltooid deelwoord
getting about
onvoltooid verleden tijd
got about
voltooid deelwoord
got about
Voorbeelden
He enjoys getting about on his bicycle to experience the beauty of nature.
Hij geniet ervan om op zijn fiets rond te reizen om de schoonheid van de natuur te ervaren.
02
zich verspreiden, rondgaan
(of news, information, rumors, etc.) to circulate and move from person to person
Dialect
British
Voorbeelden
In a small community, word of mouth is the quickest way for news to get about.
In een kleine gemeenschap is mond-tot-mondreclame de snelste manier om nieuws te verspreiden.



























