Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to get about
01
zich verplaatsen, reizen
to move or travel from one place to another
Dialect
British
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
about
basiswerkwoord
get
tegenwoordige tijd
get about
3e persoon enkelvoud
gets about
onvoltooid deelwoord
getting about
onvoltooid verleden tijd
got about
voltooid deelwoord
got about
Voorbeelden
In retirement, they plan to get about and explore different countries.
In hun pensioen plannen ze rond te reizen en verschillende landen te verkennen.
02
zich verspreiden, rondgaan
(of news, information, rumors, etc.) to circulate and move from person to person
Dialect
British
Voorbeelden
The news of the company's merger got about quickly among employees.
Het nieuws van de fusie van het bedrijf verspreidde zich snel onder de werknemers.



























