Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to gang up
[phrase form: gang]
01
zich verenigen tegen, samenspannen
to form a group, typically to confront, hurt, or oppose a particular individual or group
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
gang
tegenwoordige tijd
gang up
3e persoon enkelvoud
gangs up
onvoltooid deelwoord
ganging up
onvoltooid verleden tijd
ganged up
voltooid deelwoord
ganged up
Voorbeelden
During the negotiation, the smaller businesses ganged up to have a stronger voice against the corporate giants.
Tijdens de onderhandeling spanden de kleinere bedrijven samen om een sterkere stem te hebben tegen de bedrijfsgiganten.



























