Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to gamble
01
gokken, riskeren
to do something risky that may result in a loss or failure, hoping to achieve what one wants
Intransitive: to gamble on sth
Transitive: to gamble sth on a likely success
Voorbeelden
After much thought, he gambled on the stock market, hoping for a big return.
Na lang nadenken waagde hij zich op de aandelenmarkt, in de hoop op een groot rendement.
1.1
gokken, wedden
to take part in games of chance or betting, involving money, hoping to win more in return
Intransitive: to gamble | to gamble on sth
Voorbeelden
The group is currently gambling on the roulette wheel.
De groep is momenteel aan het gokken op het roulettewiel.
Gamble
Voorbeelden
Moving to a new city without a job lined up was a gamble, but she found an opportunity quickly and settled in well.
Verhuizen naar een nieuwe stad zonder een baan was een gok, maar ze vond snel een kans en vestigde zich goed.
02
money or stake that is risked in the hope of gaining a financial reward
Voorbeelden
She doubled her gamble in hopes of winning big.
Lexicale Boom
gambler
gambling
gamble



























