Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fragile
01
breekbaar, kwetsbaar
easily damaged or broken
Voorbeelden
The fragile glass vase shattered when it fell to the ground.
De fragiele glazen vaas brak toen hij op de grond viel.
02
broos, kwetsbaar
easily becoming ill due to being in a weakened physical state
Voorbeelden
Children with certain congenital conditions can be more fragile and prone to infections.
Kinderen met bepaalde aangeboren aandoeningen kunnen kwetsbaarder en vatbaarder voor infecties zijn.
03
not having substance, strength, or significance
Voorbeelden
He built a fragile case for his theory.



























