Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to forego
01
voorafgaan, voorgaan
to go or to be before someone or something in time or place
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
forego
3e persoon enkelvoud
foregoes
onvoltooid deelwoord
foregoing
onvoltooid verleden tijd
forewent
voltooid deelwoord
foregone
Voorbeelden
The ancient civilizations forewent the current technological advancements by centuries, laying the foundations for future discoveries.
De oude beschavingen gingen de huidige technologische vooruitgang eeuwen vooraf, waardoor de basis werd gelegd voor toekomstige ontdekkingen.
02
afzien van, verliezen
lose (s.th.) or lose the right to (s.th.) by some error, offense, or crime
03
afzien van, opgeven
do without or cease to hold or adhere to
Lexicale Boom
foregoing
forego



























