Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to forego
01
voorafgaan, voorgaan
to go or to be before someone or something in time or place
Voorbeelden
In history, monarchs often forewent the reign of their ancestors, introducing new laws and customs.
In de geschiedenis gingen monarchen vaak vooraf aan de regering van hun voorouders, waarbij ze nieuwe wetten en gewoonten introduceerden.
02
afzien van, verliezen
lose (s.th.) or lose the right to (s.th.) by some error, offense, or crime
03
afzien van, opgeven
do without or cease to hold or adhere to
Lexicale Boom
foregoing
forego



























